Home Gezondheid Long covid: klachten, behandeling en herstel

Long covid: klachten, behandeling en herstel

0
3
Afbeelding over long covid en langdurige klachten na een coronabesmetting.
Long covid kan na een coronabesmetting langdurige klachten en beperkingen veroorzaken.

Long covid is een aandoening waarbij gezondheidsklachten na een coronabesmetting blijven bestaan of later ontstaan. Vermoeidheid, hersenmist, benauwdheid en terugval na inspanning kunnen het functioneren maanden tot jaren beperken. Meerdere lichaamsfuncties kunnen betrokken zijn. De diagnose wordt klinisch gesteld; behandeling hangt af van de klachten, bijkomende aandoeningen en de reactie op belasting.

Wat is long covid?

Long covid wordt ook post-covid genoemd en kan volgen op een infectie met SARS-CoV-2, het virus dat COVID-19 veroorzaakt. Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn klachten bij volwassenen gewoonlijk ongeveer drie maanden na het begin van COVID-19 aanwezig, duren ze minstens twee maanden en worden ze niet door een andere diagnose verklaard. Sommige klachten lopen door vanaf de infectie, terwijl andere pas verschijnen na een periode waarin iemand zich hersteld voelde.

Het woord ‘long’ verwijst naar de lange duur van de aandoening en niet naar het Nederlandse woord longen. Naast ademhalingsklachten kunnen onder meer cognitieve problemen, pijn en ontregeling van hartslag of bloeddruk optreden. Een ernstige oorspronkelijke infectie of ziekenhuisopname is geen voorwaarde. Ook na een lichte of nauwelijks opgemerkte besmetting kan long covid ontstaan, waarbij klachten kunnen wisselen, terugkeren of langdurig op ongeveer hetzelfde niveau blijven.

Hoe vaak komt long covid voor?

Nederlandse cijfers die in maart 2026 zijn gepubliceerd, laten zien dat langdurige klachten nog steeds voorkomen. In de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 rapporteerde vier procent van de volwassenen klachten die minstens drie maanden duurden en mogelijk door corona waren veroorzaakt. Bij ongeveer een kwart van deze groep was post-covid door een arts vastgesteld. Dit percentage beschrijft zelfgerapporteerde klachten in de bevolking en is geen berekening van het risico na één afzonderlijke besmetting.

Het risico na een infectie hangt samen met de onderzochte periode, bestaande afweer, vaccinatie en de gekozen definitie. Het Nederlandse VASCO-onderzoek vergeleek 5.621 volwassenen die tussen september 2023 en begin januari 2024 besmet raakten met evenveel controles en gebruikte ook metingen van vóór de infectie. Na drie tot twaalf maanden vond deze studie geen aantoonbaar extra voorkomen van de geselecteerde klachten volgens haar onderzoeksdefinitie. Zelf aan corona toegeschreven langdurige klachten werden na drie en zes maanden wel vaker gemeld.

De VASCO-uitkomsten betekenen niet dat na een recente besmetting niemand meer long covid kan krijgen. De onderzoeksgroep was grotendeels gevaccineerd, de uitkomsten betroffen geselecteerde klachten en deelnemers met ernstige klachten kunnen zijn uitgevallen. Ook zeggen de resultaten niets over herstel van mensen die eerder in de pandemie ziek werden. Verschillen met oudere studies kunnen daarom niet worden teruggebracht tot één algemeen percentage dat voor iedere patiënt en besmetting geldt.

Welke klachten kunnen optreden?

Vermoeidheid bij long covid kan de hoeveelheid dagelijkse activiteit sterk beperken. Douchen, eten bereiden, boodschappen doen of een gesprek voeren kan meer inspanning vragen dan vóór de besmetting. Daarnaast komen kortademigheid, spier- en gewrichtspijn, hoofdpijn, slaapproblemen en veranderingen in reuk of smaak voor. Gevoeligheid voor licht, geluid en drukte kan activiteiten verder bemoeilijken, terwijl de ernst uiteenloopt van hinderlijke klachten tot afhankelijkheid van hulp bij de dagelijkse verzorging.

Hersenmist is de gebruikelijke benaming voor problemen met concentratie, geheugen, woordvinding en het verwerken van informatie. Een groot Engels onderzoek uit 2024 vond gemiddeld lagere prestaties op cognitieve taken bij deelnemers met nog aanwezige langdurige klachten na COVID-19. Metingen van vóór de infectie ontbraken, zodat de individuele verandering niet rechtstreeks kon worden vastgesteld. De uitkomsten ondersteunen het bestaan van cognitieve beperkingen op groepsniveau, maar geven geen vaste voorspelling voor de mogelijkheden van één persoon.

Terugval na inspanning

Postexertionele malaise, afgekort PEM, is een verergering van klachten na lichamelijke of mentale belasting. De terugval kan buiten verhouding staan tot de activiteit en wordt vaak pas twaalf tot achtenveertig uur later duidelijk. Uitputting, pijn, concentratieproblemen en een grieperig gevoel kunnen daarna dagen of weken aanhouden. Niet iedere patiënt heeft PEM, maar het herkennen van deze vertraagde reactie is van belang voor de beoordeling van belastbaarheid en de keuze van begeleiding.

Onderzoek naar spierweefsel geeft aanwijzingen voor lichamelijke processen bij PEM. Een Nederlandse studie onderzocht 25 patiënten met long covid en PEM naast 21 gezonde deelnemers die van een lichte coronabesmetting waren hersteld. De onderzoekers vonden verschillen in spierstofwisseling en tekenen van beschadiging, waarvan een deel na maximale inspanning toenam. Het betrof een kleine geselecteerde groep en geen behandelonderzoek, waardoor deze resultaten niet bepalen welk effect iedere vorm van beweging of training bij alle patiënten heeft.

Long covid kan overlappen met myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom, meestal ME/CVS genoemd. In een Duitse studie voldeden 19 van 42 geselecteerde patiënten met vermoeidheid en inspanningsintolerantie na COVID-19 aan de gebruikte ME/CVS-criteria. Deze overlap maakt aandacht voor PEM en langdurige beperkingen relevant. De uitkomst kan niet worden vertaald naar een algemeen percentage onder alle mensen met long covid, omdat de deelnemers juist vanwege hun aanhoudende klachten waren onderzocht.

Wat gebeurt er in het lichaam?

Bij long covid worden verschillende processen onderzocht die mogelijk naast elkaar voorkomen. Studies beschrijven onder meer ontregeling van de afweer, veranderingen in bloedvaten en verstoringen van de energiehuishouding. Een onderzoek uit 2024 vond veranderingen in het complementsysteem, een onderdeel van de afweer, samen met signalen van weefselschade en bloedplaatjesactivatie. De bevindingen maken bepaalde ziekteprocessen aannemelijk, maar tonen nog niet aan welke verandering bij welke patiënt de klachten veroorzaakt.

Onderzoek dat in januari 2026 in een tijdschriftnummer verscheen, vond eveneens aanwijzingen voor aanhoudende immuunontregeling. In kleine onderzoeksgroepen bleven ontstekingsroutes en kenmerken van uitputting van afweercellen verhoogd ten opzichte van herstelde deelnemers. Zulke bevindingen kunnen helpen om verschillen tussen patiëntengroepen te onderzoeken. Ze vormen echter geen algemeen beschikbare diagnostische bloedtest en bewijzen evenmin dat het remmen van deze afweerprocessen automatisch een veilige of werkzame behandeling oplevert.

Achterblijvend viraal materiaal vormt een afzonderlijke onderzoekslijn. In een kleine studie werden langdurige activering van afweercellen en viraal RNA in darmweefsel gevonden, waarbij darmbiopten beschikbaar waren van vijf deelnemers met long covid. Vergelijkbare biopten van volledig herstelde deelnemers ontbraken. De aanwezigheid van RNA bewijst op zichzelf niet dat iemand besmettelijk blijft, dat er voortdurend actief virus wordt geproduceerd of dat het aangetroffen materiaal bij iedereen de oorzaak van de klachten is.

Ontregeling van het autonome zenuwstelsel heet dysautonomie en kan samengaan met duizeligheid, hartkloppingen en problemen tijdens het staan. Een mogelijke uitingsvorm is het posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom, afgekort POTS. Hierbij stijgt de hartslag bij overeind komen overmatig volgens vastgestelde diagnostische criteria. Niet iedere patiënt met hartkloppingen heeft POTS; de beoordeling omvat het klachtenpatroon, metingen van hartslag en bloeddruk en het nagaan van andere mogelijke verklaringen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose long covid berust op het ziekteverhaal, de duur en combinatie van klachten en medisch onderzoek. Er bestaat geen laboratoriumtest die de aandoening bij iedereen definitief aantoont of uitsluit. Een normale bloeduitslag of longfoto sluit long covid daarom niet uit. Een eerder vastgelegde positieve coronatest is ook niet altijd vereist, bijvoorbeeld wanneer destijds geen test beschikbaar was, maar een zorgvuldige beoordeling van de vermoedelijke infectie en het verdere verloop blijft nodig.

Aanvullend onderzoek wordt afgestemd op de klachten en helpt om andere of bijkomende aandoeningen te herkennen. Bloedarmoede, schildklierproblemen en hart- of longaandoeningen kunnen bijvoorbeeld vergelijkbare verschijnselen geven. Ook nieuwe klachten bij een bestaande diagnose verdienen herbeoordeling. Plotselinge ernstige benauwdheid, pijn op de borst, flauwvallen of acute neurologische uitval vragen om directe medische beoordeling en mogen niet zonder onderzoek worden toegeschreven aan long covid.

Een onderzoeksbevinding is pas bruikbaar als diagnostische test wanneer de meting voldoende betrouwbaar is bij afzonderlijke patiënten. Daarvoor moet onder meer duidelijk zijn hoe goed zij onderscheid maakt tussen long covid, andere aandoeningen en gezonde mensen. Bevestiging in onafhankelijke groepen is noodzakelijk. Dat verklaart waarom biologische studies afwijkingen kunnen vinden terwijl regulier onderzoek bij dezelfde soort klachten geen beslissende uitslag geeft; de ernst van beperkingen kan daarom niet uitsluitend aan testuitslagen worden afgemeten.

Behandeling en omgaan met belasting

De behandeling van long covid richt zich op klachtenvermindering, dagelijks functioneren en bijkomende aandoeningen. Een bewezen behandeling die alle vormen geneest, ontbreekt. Afhankelijk van de problemen kunnen verschillende zorgverleners betrokken zijn, zoals een huisarts, specialist, ergotherapeut of fysiotherapeut. Een persoonlijk behandelplan houdt rekening met het klachtenverloop en de belastbaarheid, met doelen zoals beter slapen, minder pijn, behoud van zelfstandigheid of het beperken van terugvallen.

Pacing en energiemanagement

Pacing betekent activiteiten en rust afstemmen op de beschikbare belastbaarheid, vooral wanneer PEM voorkomt. Lichamelijke handelingen, denkwerk, gesprekken en sociale activiteiten dragen allemaal bij aan de totale belasting. Het verdelen, aanpassen of verminderen van taken kan onderdeel zijn van de begeleiding. Omdat terugval vertraagd kan optreden, kan een dagboek helpen om verbanden te herkennen; alleen het gevoel tijdens een activiteit geeft daarvoor onvoldoende informatie.

Het bewijs voor specifieke vormen van pacing blijft beperkt. Een gerandomiseerde studie uit 2026 onderzocht digitale ondersteuning met een app en een activiteitsmeter bij 250 toegewezen deelnemers. Na zes maanden werd in de analyse met 161 deelnemers geen extra effect op de primaire PEM-score gevonden; een aanvullende analyse met 231 deelnemers bevestigde de hoofdbevinding. Deze uitkomst gaat over de onderzochte digitale aanpak en bewijst niet dat iedere vorm van individuele begeleiding hetzelfde effect heeft.

Revalidatie en lichamelijke training

Revalidatie omvat meer dan lichamelijke training en kan ook bestaan uit energiemanagement, hulpmiddelen en ondersteuning bij dagelijkse activiteiten. Voor training zijn voorafgaande beoordeling van PEM en relevante medische risico’s van belang. Een internationale richtlijn uit 2026 beveelt gepersonaliseerde lichamelijke training voorwaardelijk aan na screening waarbij patiënten met PEM van die specifieke trainingsaanpak worden uitgesloten. Een schema dat de inspanning automatisch verhoogt terwijl klachten verergeren, past niet bij PEM.

Een Duitse revalidatiestudie uit 2026 vond bij geselecteerde patiënten een verbetering van de zelfgerapporteerde lichamelijke kwaliteit van leven na een op klachten afgestemd programma. Van 132 gerandomiseerde deelnemers voltooiden 104 het onderzoek; de meesten hadden bij aanvang klachten passend bij PEM. De studie onderzocht een combinatie van behandelingen in één centrum, kende uitval en sloot mensen uit die niet konden lopen. De resultaten bewijzen daarom geen genezing of algemene veiligheid van trainingsschema’s voor alle patiënten met PEM.

De verschillende onderzoeksuitkomsten onderstrepen dat de inhoud van revalidatie en de onderzochte patiëntengroep ertoe doen. Een aangepast programma kan voor bepaalde patiënten helpen, terwijl iemand met ernstige inspanningsgebonden terugval andere ondersteuning nodig heeft. Begeleiding vraagt daarom om controle van klachten en functioneren, ook na de activiteit. Verbetering kan bestaan uit minder terugvallen of meer zelfstandigheid, zonder dat daarmee alle klachten verdwijnen of de oorspronkelijke belastbaarheid is teruggekeerd.

Geneesmiddelen en experimentele behandelingen

Medicijnen kunnen bepaalde symptomen of afzonderlijk vastgestelde aandoeningen behandelen, maar zijn daarmee nog geen geneesmiddel voor long covid als geheel. In de grote RECOVER-VITAL-studie uit augustus 2026 werden 964 volwassenen gerandomiseerd. Vijftien of vijfentwintig dagen nirmatrelvir-ritonavir gaf na negentig dagen geen aantoonbaar voordeel tegenover de controlegroep voor de onderzochte cognitieve, autonome of inspanningsgebonden klachten. De hoofdbeoordeling omvatte 959 deelnemers en ondersteunt deze behandelregimes niet als algemene behandeling van bestaande long covid.

De RECOVER-VITAL-uitkomst sluit niet iedere mogelijke antivirale behandeling of biologisch geselecteerde patiëntengroep uit. Deelnemers waren niet geselecteerd op aangetoonde virale persistentie. Tegelijk is een mogelijke verklaring voor de ziekte onvoldoende reden om werkzaamheid van een middel aan te nemen. Onderzoek naar experimentele behandelingen moet zowel voordelen als bijwerkingen, verslechtering en langdurige uitkomsten meten, zodat een positief effect op één klacht niet ten onrechte als herstel van de volledige aandoening wordt voorgesteld.

Herstel en langdurige beperkingen

Het verloop van long covid loopt uiteen van duidelijke verbetering tot jarenlange beperkingen. Een Zwitserse studie volgde volwassenen die tijdens de vroege pandemie besmet waren geraakt en vóór die infectie niet gevaccineerd waren. Na twee jaar meldde 17,2 procent nog niet volledig hersteld te zijn. De uitkomsten omvatten ook wisselende gezondheid en kunnen niet rechtstreeks worden toegepast op iedere latere infectie of op een patiënt die al jarenlang ernstig ziek is.

Een Nederlands Lifelines-onderzoek uit 2026 laat zien hoe sterk herstelcijfers afhangen van de gekozen meetmethode. De studie volgde 809 volwassenen en onderzocht wanneer geselecteerde klachten niet meer voldeden aan de onderzoekscriteria, mede vergeleken met het niveau vóór infectie. Die uitkomst betekende niet noodzakelijk volledig herstel of terugkeer naar alle dagelijkse activiteiten. Een strengere eis van twee afzonderlijke metingen gaf bovendien andere uitkomsten, terwijl PEM niet afzonderlijk was gemeten.

Duurzame belastbaarheid is daarom een afzonderlijk onderdeel van het beoordelen van herstel. Minder klachten op een rustige dag kunnen samengaan met sterke vermindering van werk, huishouden en sociale contacten. Van belang is ook welke activiteiten iemand langere tijd kan volhouden en of daarna terugval ontstaat. Symptoomscores, ervaren gezondheid en werkdeelname beschrijven verschillende kanten van herstel en geven samen meer informatie dan één algemeen genezingspercentage.

Gevolgen voor kinderen, onderwijs en werk

Kinderen en jongeren kunnen eveneens long covid ontwikkelen, met gevolgen voor leren, bewegen en sociale contacten. Amerikaans RECOVER-onderzoek bij 5.367 deelnemers van zes tot zeventien jaar vond verschillen in klachtenpatronen tussen schoolkinderen en adolescenten. Cognitieve problemen, pijn, maag-darmklachten, vermoeidheid en veranderingen in reuk of smaak kwamen in uiteenlopende combinaties voor. De studie ontwikkelde onderzoeksindices en levert geen algemeen bevolkingspercentage of zelfstandig voldoende test voor de diagnose bij één kind op.

Bij volwassenen kunnen langdurige beperkingen gevolgen hebben voor inkomen, gezinsleven en deelname aan werk. Aanpassingen zoals kortere dagen, minder prikkels en rustmomenten kunnen onderdeel zijn van begeleiding. Daarbij telt de totale belasting mee, inclusief activiteiten buiten werktijd. Het aantal gewerkte uren alleen beschrijft onvoldoende hoeveel klachten of herstelbehoefte iemand heeft, terwijl psychische ondersteuning bij de gevolgen van langdurige ziekte kan samengaan met medische behandeling van lichamelijke problemen.

Preventie en nieuwe besmettingen

Het beperken van nieuwe coronabesmettingen verkleint ook de gelegenheid om daardoor langdurige klachten te ontwikkelen. Ventilatie en passende bescherming in situaties met een verhoogd besmettingsrisico kunnen daarbij helpen. Vaccinatie hangt in meerdere onderzoeken samen met een lager risico op langdurige gevolgen, maar de omvang van dat verband verschilt per populatie, vaccinatieperiode en onderzochte uitkomst. Vaccinatie voorkomt long covid niet volledig en een preventief effect bewijst geen genezende werking bij bestaande klachten.

Een eerdere coronabesmetting geeft geen garantie dat een volgende infectie zonder langdurige gevolgen verloopt. Onderzoek met Amerikaanse veteranengegevens vond na herinfecties extra gezondheidsrisico’s, maar betrof grotendeels mannen en gebruikte observationele zorggegevens. Andere onderzoeken hanteren andere uitkomsten en vergelijkingsgroepen. Er bestaat daarom geen vaste vermenigvuldigingsfactor waarmee het persoonlijke risico na iedere nieuwe besmetting kan worden berekend; de bevindingen rechtvaardigen evenmin de aanname dat eerder probleemloos herstel volledige bescherming biedt.

Conclusie

Long covid omvat uiteenlopende klachten en beperkingen na SARS-CoV-2-infectie, ook wanneer de oorspronkelijke ziekte mild verliep. Onderzoek ondersteunt verschillende biologische processen, maar biedt nog geen algemeen toepasbare test of genezende behandeling. Diagnostiek en begeleiding vragen aandacht voor bijkomende aandoeningen, PEM en dagelijks functioneren. Nieuwe studies maken behandeling en prognose beter beoordeelbaar, mits hun uitkomsten worden gekoppeld aan de onderzochte patiënten, behandelvormen en definitie van herstel.

Bronnen en meer informatie

  1. Soriano, J. B. et al. (2022). A clinical case definition of post-COVID-19 condition by a Delphi consensus. The Lancet Infectious Diseases, 22(4), e102–e107. DOI: 10.1016/S1473-3099(21)00703-9.
  2. National Academies of Sciences, Engineering, and Medicine (2024). A Long COVID Definition: A Chronic, Systemic Disease State with Profound Consequences. Washington, DC: The National Academies Press. DOI: 10.17226/27768.
  3. de Bruijn, S. et al. (2025). Post-COVID-19 condition in individuals infected with SARS-CoV-2 in autumn 2023 in the Netherlands: a prospective cohort study with pre- and post-infection data. The Lancet Regional Health – Europe, 59, 101472. DOI: 10.1016/j.lanepe.2025.101472.
  4. Hampshire, A. et al. (2024). Cognition and Memory after Covid-19 in a Large Community Sample. New England Journal of Medicine, 390(9), 806–818. DOI: 10.1056/NEJMoa2311330.
  5. Appelman, B. et al. (2024). Muscle abnormalities worsen after post-exertional malaise in long COVID. Nature Communications, 15, 17. DOI: 10.1038/s41467-023-44432-3.
  6. Kedor, C. et al. (2022). A prospective observational study of post-COVID-19 chronic fatigue syndrome following the first pandemic wave in Germany and biomarkers associated with symptom severity. Nature Communications, 13, 5104. DOI: 10.1038/s41467-022-32507-6.
  7. Cervia-Hasler, C. et al. (2024). Persistent complement dysregulation with signs of thromboinflammation in active Long Covid. Science, 383(6680), eadg7942. DOI: 10.1126/science.adg7942.
  8. Aid, M. et al. (2026). Long COVID involves activation of proinflammatory and immune exhaustion pathways. Nature Immunology, 27(1), 61–71. DOI: 10.1038/s41590-025-02353-x.
  9. Peluso, M. J. et al. (2024). Tissue-based T cell activation and viral RNA persist for up to 2 years after SARS-CoV-2 infection. Science Translational Medicine, 16(754), eadk3295. DOI: 10.1126/scitranslmed.adk3295.
  10. Otto, F., Nijs, M. en Bouma, M. (2023). Houdingsafhankelijke tachycardie na COVID-19. Huisarts en Wetenschap, 66. DOI: 10.1007/s12445-023-2300-1.
  11. Sanal-Hayes, N. E. M. et al. (2026). A digital platform with activity tracking for energy management support in long COVID: a randomised controlled trial. Nature Communications, 17, 945. DOI: 10.1038/s41467-025-64831-y.
  12. Cao, B. et al. (2026). Clinical practice guideline for long COVID prevention and treatment. European Respiratory Journal, 68(1), 2502611. DOI: 10.1183/13993003.02611-2025.
  13. Schneeberger, T. et al. (2026). Symptom-based rehabilitation in people with post-COVID-19 condition (RELOAD study): a randomised controlled trial. BMJ Open Respiratory Research, 13(1), e004177. DOI: 10.1136/bmjresp-2026-004177.
  14. Baden, L. R. et al. (2026). Nirmatrelvir-ritonavir targeting viral persistence in post-COVID-19 condition (long COVID) in the USA (RECOVER-VITAL): a randomised, double-blind, placebo-controlled, phase 2 trial. The Lancet Infectious Diseases. Online gepubliceerd op 31 augustus 2026. DOI: 10.1016/S1473-3099(26)00406-8.
  15. Ballouz, T. et al. (2023). Recovery and symptom trajectories up to two years after SARS-CoV-2 infection: population based, longitudinal cohort study. BMJ, 381, e074425. DOI: 10.1136/bmj-2022-074425.
  16. Brunet, J.-P. L., van Ockenburg, S. L., Leyli-Abadi, M., Lunter, G. en Rosmalen, J. G. M. (2026). Recovery trajectories and predictors of symptom resolution in post-COVID-19 condition: a population-based cohort study. The Lancet Regional Health – Europe, 69, 101802. DOI: 10.1016/j.lanepe.2026.101802.
  17. Gross, R. S. et al. (2024). Characterizing Long COVID in Children and Adolescents. JAMA, 332(14), 1174–1188. DOI: 10.1001/jama.2024.12747.
  18. Xie, Y., Choi, T. en Al-Aly, Z. (2024). Postacute Sequelae of SARS-CoV-2 Infection in the Pre-Delta, Delta, and Omicron Eras. New England Journal of Medicine, 391(6), 515–525. DOI: 10.1056/NEJMoa2403211.
  19. Bowe, B., Xie, Y. en Al-Aly, Z. (2022). Acute and postacute sequelae associated with SARS-CoV-2 reinfection. Nature Medicine, 28(11), 2398–2405. DOI: 10.1038/s41591-022-02051-3.
  20. RIVM: Vier procent volwassenen heeft langdurige klachten na corona
  21. Centers for Disease Control and Prevention: Long COVID Clinical Guidance

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in