De wereld produceert ruim genoeg voedsel voor iedereen, toch gaat in 2025 nog altijd ongeveer één op de elf mensen met honger naar bed. Honger concentreert zich in Afrika en delen van Azië, wordt vooral aangejaagd door oorlog, klimaat en ongelijkheid, en hulp- én donorgeld houden dat tempo niet bij.
Inhoudsopgave
De stand van de wereldhonger in 2025
Hoe groot is het probleem?
Wereldwijd hadden in 2023 naar schatting 733 miljoen mensen honger, ongeveer één op de elf wereldburgers. In Afrika gaat het zelfs om ongeveer één op de vijf mensen. In 2024 daalde het aandeel licht naar circa 8,2 procent van de wereldbevolking, zo’n 673 miljoen mensen, maar dat blijft beduidend hoger dan vóór de coronapandemie. Het VN-doel om honger in 2030 te beëindigen (SDG 2) is daarmee buiten bereik geraakt.
Die cijfers gaan alleen over mensen die structureel te weinig calorieën binnenkrijgen. Kijkt men naar een bredere definitie – mensen die zich niet zeker voelen dat ze het hele jaar door genoeg, veilig en voedzaam eten hebben – dan schiet het aantal omhoog. In 2024 ervoeren naar schatting 2,3 miljard mensen matige of ernstige voedselonzekerheid, ruim een kwart van de mensheid.Dat betekent niet altijd lege borden, maar wel stress, maaltijden overslaan en goedkoop, eenzijdig eten.
Honger is meer dan een getal
Naast chronische ondervoeding is er de categorie “acute voedselonzekerheid”: mensen bij wie het dagelijks eten zó onzeker is dat hun leven en bestaansmiddelen direct gevaar lopen. In 2024 zaten ruim 295 miljoen mensen in 53 landen in zo’n crisissituatie, een stijging voor het zesde jaar op rij. Onder hen bevinden zich tientallen miljoenen kinderen met ernstige acute ondervoeding.
Aan de uiterste rand van dat spectrum ligt hongersnood. In 2024 en 2025 bevestigden VN‑experts voor het eerst in deze eeuw twee gelijktijdige officiële hongersnoden: in delen van Gaza en in de Soedanese regio’s Darfur en Zuid‑Kordofan. Daar gelden de zwaarste criteria: extreme voedseltekorten bij minstens eenvijfde van de bevolking, zeer hoge acute ondervoeding bij kinderen en sterftecijfers die sterk boven normaal liggen. De meeste mensen met honger halen zulke krantenkoppen nooit, maar leven jarenlang nét onder de radar.
Waar honger mensen het hardst treft
Afrika en West‑Azië
De last van honger is ongelijk verdeeld over de wereldkaart. Afrika ten zuiden van de Sahara is het hardst getroffen: hier heeft ongeveer twintig procent van de bevolking te weinig te eten, en in sommige landen ligt dat nog veel hoger. Terwijl het wereldgemiddelde sinds 2020 licht stabiliseert, is de trend in delen van Afrika en West‑Azië nog steeds stijgend.
De VN noemen een aantal “hongerhotspots” waar de situatie ronduit explosief is. Sudan, Palestina (vooral de Gazastrook), Zuid‑Soedan, Jemen, Mali en Haïti behoren tot de gebieden waar mensen nu al op de rand van hongersnood leven of daar snel naartoe dreigen te glijden. In de Democratische Republiek Congo kampen naar schatting 28 miljoen mensen met acute honger, één op de vier inwoners. West- en Centraal‑Afrika tellen samen nog eens ruim 40 miljoen mensen die moeite hebben om voldoende voedsel te vinden.
Honger in relatief rijke landen
Honger is geen exclusief probleem van “arme landen”. In Latijns‑Amerika bedreigen extreme weersomstandigheden, zoals langdurige droogte en overstromingen, de voedselzekerheid van miljoenen mensen. In 2023 leden in de regio ongeveer 41 miljoen mensen honger, terwijl klimaatverandering de risico’s opnieuw doet oplopen.
Zelfs in rijke landen bestaat voedselonzekerheid, al ziet men het eerder aan overvolle voedselbanken dan aan uitgemergelde lichamen. In de Verenigde Staten had in 2023 bijvoorbeeld 13,5 procent van de huishoudens moeite om het hele jaar door genoeg eten te betalen. Wie opgroeit in zo’n huishouden krijgt vaker te maken met gezondheidsproblemen, leerachterstanden en stress.
Binnen landen valt op dat honger samenloopt met achterstelling: plattelandsregio’s met slechte infrastructuur, sloppenwijken rond snelgroeiende steden, migrantengemeenschappen zonder papieren. Armere gezinnen besteden een groot deel van hun inkomen aan eten; prijsstijgingen of inkomensverlies duwen hen daarom veel sneller over de rand.
Waarom bestaat er honger als er genoeg voedsel is?
Armoede en ongelijkheid
De aarde produceert vandaag gemiddeld bijna 3.000 kilocalorieën per persoon per dag: ruim voldoende om iedereen goed te voeden. Dat miljoenen mensen toch structureel honger lijden, komt dus niet doordat er simpelweg te weinig voedsel is, maar doordat toegang ongelijk verdeeld is. Armoede en ongelijkheid vormen de onderlaag van bijna elke hongerstatistiek.
Veel gezinnen hebben geen land, geen spaarbuffer en weinig politieke invloed. Op het platteland werken honderden miljoenen mensen als kleine boer, vaak op minder dan twee hectare grond. Zij produceren samen ongeveer een derde van het wereldvoedsel, maar behoren zelf vaak tot de armste en meest voedselonzekere groepen. Dat paradoxale beeld – de mensen die voedsel verbouwen, slaan zelf maaltijden over – is kenmerkend voor het huidige voedselsysteem.
Oorlog en politiek geweld
Gewapend conflict is inmiddels de belangrijkste directe oorzaak van acute honger. Volgens de Wereldvoedselorganisatie WFP leeft ongeveer zeventig procent van alle mensen met ernstige voedselonzekerheid in fragiele of door conflict getroffen landen. In oorlogssituaties branden graanschuren af, worden vee en irrigatiesystemen vernield en is het voor boeren te gevaarlijk om te zaaien of te oogsten.
In Sudan, de Democratische Republiek Congo, Jemen en Syrië worden steden belegerd, markten gebombardeerd en aanvoerroutes afgesloten. In Gaza rapporteren artsen dat bijna alle kinderen ondervoed zijn, terwijl de voedseltoevoer door blokkades ernstig beperkt is. De VN‑Veiligheidsraad heeft het bewust uithongeren van burgers inmiddels expliciet veroordeeld, maar de praktijk laat zien hoe vaak eten nog als machtsmiddel wordt ingezet.
Klimaat en extreem weer
De klimaatcrisis is geen verre milieukwestie, maar een directe motor achter honger. Landen in de Sahel, de Hoorn van Afrika en delen van Latijns‑Amerika worden steeds vaker getroffen door hevige droogte of juist vernietigende overstromingen.Oogsten mislukken, vee sterft en waterbronnen vallen droog, vaak meerdere jaren achter elkaar.
El Niño‑jaren versterken die schokken: regenval verschuift, seizoenen worden onvoorspelbaar en boeren weten simpelweg niet meer wanneer ze moeten zaaien. In West- en Centraal‑Afrika hadden zware overstromingen in Nigeria en Tsjaad direct effect op miljoenen mensen die afhankelijk zijn van regionale graanmarkten. De gevolgen stapelen zich op: wie eerst zijn vee verliest, verkoopt daarna land of gereedschap, en heeft uiteindelijk niets meer om opnieuw te beginnen.
Een scheef gegroeid voedselsysteem
Daarbovenop komt een wereldwijd voedselsysteem dat economische logica zwaarder laat wegen dan voedingswaarde. Aan de productiekant domineren een klein aantal grote bedrijven de wereldmarkt voor zaden, kunstmest, handel en verwerking. Dat maakt de keten efficiënt, maar ook kwetsbaar en sterk gericht op exportgewassen als soja, palmolie of maïs voor veevoer en biobrandstof.
Overheden besteden samen honderden miljarden per jaar aan landbouwsubsidies, die in de praktijk vaak grote en relatief vervuilende teelten bevoordelen. In veel lage‑inkomenslanden hebben kleine boeren nauwelijks toegang tot krediet, verzekeringen of opslag. Wie geen buffer heeft, verkoopt na een misoogst zijn laatste koe of stuk land. De volgende droogte verandert dan een tijdelijk probleem in een langdurige hongercrisis.
Doen rijke landen en burgers genoeg?
Hulpstromen en ontwikkelingsgeld
Overheden in rijkere landen steunen de strijd tegen honger via officiële ontwikkelingshulp. Die geldstroom groeide jarenlang, maar daalde in 2024 voor het eerst in zes jaar: officiële hulp (ODA) van de donorlanden nam met 7,1 procent af tot 212 miljard dollar, gemiddeld 0,33 procent van hun gezamenlijke nationale inkomen. Slechts vier landen haalden de afgesproken 0,7‑procentnorm.
Slechts een klein deel van die hulp gaat rechtstreeks naar landbouw, plattelandsontwikkeling en voeding, en dat aandeel is al jaren ongeveer vier procent. Tegelijkertijd is de vraag naar noodhulp enorm toegenomen. In 2023 werd ongeveer 65 procent van de financieringsbehoefte voor hongerprogramma’s níet gedekt, een gat dat in 2024 verder groeide.
De praktische gevolgen zijn zichtbaar in vluchtelingenkampen en conflictgebieden. Het Wereldvoedselprogramma moest in meerdere landen de voedselbonnen halveren of hele groepen mensen van hulp afhalen. In de Rohingya‑kampen in Bangladesh kregen ruim een miljoen vluchtelingen in 2025 nog maar de helft van hun eerdere voedselrantsoen. In landen als Ethiopië, Zuid‑Soedan, Haïti en Sudan dreigen complete “voedselpijplijnen” droog te vallen door gebrek aan geld.
Burgers, donaties en vermoeidheid
Burgers in rijke landen doneren royaal wanneer een ramp het nieuws haalt: een aardbeving, tsunami of oorlog met indringende beelden. Onderzoek laat zien dat media‑aandacht een belangrijke rol speelt in de hoogte én snelheid van noodhulp, zowel van overheden als van particuliere gevers. Trage, chronische crises trekken echter minder camera’s en dus minder geld.
In 2023 en 2024 waarschuwden hulporganisaties dat de combinatie van vele crises en economische onzekerheid in donorlanden leidt tot “donormoeheid”. Terwijl de vraag naar voedselhulp stijgt, merken zij dat particuliere giften stagneren of dalen. Voor mensen in nood voelt dat als een dubbele straf: eerst treft hen oorlog of klimaatpech, daarna droogt de solidariteit op.
Waarom zien we zo weinig van honger op het nieuws?
Hoe redacties kiezen wat nieuws is
Dat wereldhonger relatief weinig schermtijd krijgt, heeft veel te maken met de manier waarop nieuws wordt geselecteerd. Journalisten weten dat rampen met spectaculaire beelden, een duidelijk begin en duidelijke “schuldigen” beter scoren dan traag voortsluipende crises. De dood van duizenden mensen door honger spreidt zich over maanden en jaren; er is zelden één dramatisch moment.
Rapporten van organisaties als CARE laten al jaren zien dat de meeste ondergerapporteerde humanitaire crises zich in Afrika afspelen, vaak in landen die ook de minste financiering ontvangen. Nieuwsredacties concurreren om aandacht met technologie, sport en binnenlandse politiek; een nieuwe smartphone haalt vaker de voorpagina dan een droogte in Zambia.
Nieuwe vormen van betrokkenheid
Toch verschuift het medialandschap. Online‑platforms, podcasts en gespecialiseerde journalistieke projecten brengen diepgravende verhalen over vergeten crises, vaak in samenwerking met hulporganisaties en lokale verslaggevers. Via sociale media vertellen artsen, hulpverleners en bewoners zelf wat honger met hun dagelijks leven doet. Dat doorbreekt het clichébeeld van “zielige slachtoffers” en laat mensen zien als actieve burgers met rechten.
Ook doneren verandert. Apps als ShareTheMeal maken het eenvoudig om met één tik een maaltijd te financieren, terwijl gebruikers kunnen volgen in welk land hun bijdrage wordt ingezet. Lokale voedselbanken, voedselcoöperaties en stadslandbouwprojecten verbinden mensen direct met het thema in hun eigen wijk. Zo ontstaat een bredere, minder afstandelijke kijk op honger: als iets wat zowel ver weg als dichtbij speelt.
Wat kun je als individu werkelijk doen?
Geld, tijd en invloed
Wie in een welvarend land woont en dit leest op een apparaat met internet, behoort waarschijnlijk tot de groep die wél dagelijks genoeg te eten heeft. Dat geeft geen schuld, maar wel mogelijkheden. De meest directe manier om bij te dragen is nog altijd geld geven aan betrouwbare organisaties die werken aan noodhulp én structurele oplossingen, zoals WFP, lokale boerenorganisaties of gespecialiseerde ngo’s.
Een maandelijkse donatie van een klein bedrag helpt hulporganisaties plannen op langere termijn, in plaats van te leven van pieken tijdens rampen. Wie geen geld kan missen, kan tijd geven: vrijwilligerswerk bij een voedselbank, helpen oogsten bij een sociale boerderij of meedenken in een lokale voedselraad. Zulke initiatieven versterken zowel de gemeenschap als het begrip van wat voedselonzekerheid betekent.
Minstens zo belangrijk is politieke invloed. Burgers kunnen hun stem laten horen wanneer regeringen ontwikkelings‑ en klimaatbudgetten willen schrappen, handelsakkoorden sluiten die boeren benadelen of vluchtelingenopvang beperken. VN‑rapporten benadrukken dat zonder extra financiering en gerichte hervorming van voedselsystemen het nulhongerdoel simpelweg niet gehaald wordt. Stemgedrag, petities, gesprekken met volksvertegenwoordigers: het klinkt misschien abstract, maar bepaalt uiteindelijk hoeveel middelen er beschikbaar zijn.
Kleine stappen, grote impact
Niet elk gebaar hoeft mondiaal te zijn. Minder voedsel verspillen thuis, seizoensgebonden of eerlijk verhandelde producten kopen en lokale boeren steunen, zijn concrete keuzes die bijdragen aan een robuuster voedselsysteem. Organisaties die voedseloverschotten redden – zoals projecten die miljoenen kilo’s eten herverdelen die anders zouden worden weggegooid – laten zien hoe sterk de koppeling tussen verspilling en honger nog is.
Honger is geen natuurwet. Ze ontstaat waar armoede, geweld, klimaatverandering en politieke onwil samenkomen, en ze verdwijnt waar solidariteit, goed bestuur en slimme investeringen elkaar versterken. Wie iets weggeeft – tijd, geld, aandacht – verlicht niet alleen andermans honger, maar verandert ook een beetje hoe de wereld werkt. In die zin is het beëindigen van honger uiteindelijk geen liefdadigheid, maar een keuze voor rechtvaardigheid.
Conclusie
Wereldhonger blijft een structureel en veelzijdig probleem dat niet voortkomt uit een gebrek aan voedsel, maar uit armoede, conflict, klimaatverandering en een scheef gegroeid voedselsysteem. De zwaarst getroffen regio’s bevinden zich vooral in Afrika en delen van Azië, waar instabiliteit, droogte, overstromingen en economische uitsluiting elkaar versterken. Hulpstromen blijven achter bij de groeiende noden, terwijl nieuwsmedia slechts sporadisch aandacht besteden aan traag ontluikende crises. Daardoor bereiken veel hongersituaties het brede publiek niet en stagneert particuliere en politieke betrokkenheid. Toch kunnen individuele keuzes — van doneren tot bewuster consumeren en politiek engagement — bijdragen aan kleine maar wezenlijke verschuivingen. Honger verdwijnt niet vanzelf; ze verdwijnt wanneer solidariteit, beleid en middelen elkaar vinden.
Bronnen en meer informatie
- Food and Agriculture Organization (2023). The State of Food Security and Nutrition in the World 2023. FAO. ISBN 978-92-5-138144-1.
- Food and Agriculture Organization / IFAD / UNICEF / WFP / WHO (2022). The State of Food Security and Nutrition in the World 2022. United Nations. ISBN 978-92-5-136499-4.
- World Bank Group (2022). Poverty and Shared Prosperity 2022: Correcting Course. World Bank Publications. ISBN 978-1-4648-1896-8.
- United Nations Development Programme (2023). Human Development Report 2023. UNDP. ISBN 978-92-1-126452-6.
- UNICEF (2023). The State of the World’s Children 2023: For Every Child, Vaccination. UNICEF. ISBN 978-92-806-5424-6.
- World Food Programme (2023). Global Report on Food Crises 2023. WFP / FSIN. ISBN 979-10-92757-17-0.
- CARE International (2023). Breaking the Silence: The 10 Most Under-Reported Humanitarian Crises of 2023. CARE. ISBN 978-3-96041-016-1.
- International Fund for Agricultural Development (2021). Rural Development Report 2021: Transforming Food Systems. IFAD. ISBN 978-92-9072-745-1.

















